|
|
|
|
|
|
|
Exhibitions of silver art are held throughout the year at
zilvergalerie de Watertoren, Studio 925/ zilver en van Nouhuys and
the Silvermuseum. 11 – 18 april 2010 Zilvergalerie De
Watertoren takes part at The new Art-and Antique Fair
|
| |
|
|
The exhibition programme:
24 May 2010, National Silverday Schoonhoven, see for
information 21 – 28 nov. 2010 Pan Amsterdam Participants Studio 925 and
Galerie de Watertoren 27 april - 29 augustus 2010 "Van Kempen & Begeer"
Silvermuseum
12 september - 21 november 2010 "Als zilver spreken
kan"Verrassingen uit particuliere verzamelingen. Expositie van de
Nederlandse zilverclub. |
 |
| |
|
| |
|
|
The
Benchpeg Newsletter, Issue 169: 27th June - 3rd July 2010 [PDF] |
| |
|
| |
|
| Interview met Elizabeth
Auriol Peers n.a.v. het artikel in Benchpeg over haar jaar in
Schoonhoven. [Welman] In het artikel in Benchpeg noem je je
jaar in Schoonhoven heel anders dan alles wat je in de U.K hebt
gedaan.
Je noemt verschillen wat betreft gebouwen en gebruik van
gereedschappen.
Kun je ook verschillen aangeven wat betreft de opleiding zelf?
[Elizabeth] Een groot verschil tussen de ervaring in
Bishopsland en Silver In Motion was de aanwezigheid van de docent
zilversmeden. Ze waren altijd aanwezig, de hele dag. Ze waren
tegelijk met mij bezig aan hun eigen werk
Op Bishopsland had je maar ongeveer 20 min per dag contact met je
docent zilversmid.
Ook is de rechtstreekse benaderingswijze van Nederlanders heel
anders dan de Engelse manier. Elizabeth benadrukt daarbij meteen dat
ze wel houdt van dat rechtstreekse omdat het soms helpt om ideeën te
verduidelijken
De kunstmarkten in Nederland [deel van het Program of Excellence]
zijn heel anders. De markten hebben alle variaties van antiek naar
modern. In Engeland is het zilver meer in categorieën verdeeld. |
 |
| |
[W] Jouw
inspiratie is de schoonheid die je kunt vinden in de misvormingen en
littekens in het gezicht. Denk je dat dit thema een typisch
vrouwelijk thema genoemd kan worden?
[E] Nee, niet echt. Ik heb het gevoel dat beide seksen
affiniteit met dit thema kunnen hebben. Mijn reden om dit thema te
kiezen was het proces van het langzaam verzamelen van informatie uit
mijn onderbewustzijn. Deze informatie is alles waar ik door werd
getroffen sinds mijn jeugd. In Nederland kreeg ik de tijd om al die
confrontaties aan elkaar te breien en kwam ik tot het besef waar
mijn werk echt over gaat. Ik kreeg de mogelijkheid om te luisteren
naar wat ik echt denk en voel.
Een van die confrontaties was die met de vader van een intieme
vriendin van mij. Deze man [James] heeft een ongeluk gehad op zijn
18e en is sindsdien ernstig misvormd. De kennismaking met hem en
zijn liefdadigheidsdoel Changing Faces heeft een grote indruk op me
gemaakt.
Toen ik naar Schoonhoven kwam kreeg ik de tijd om mijn ideeën
betreffende dit thema te ontwikkelen en onderzoek te doen naar wat
voor mij belangrijk is in mijn werk en de schoonheid die gevonden
kan worden in de misvorming.
Ik wilde meer betekenis geven aan de objecten die ik maak. Ik wilde
er meer van maken dan alleen betekenisloze, functionele objecten
[W] Kun je uitleggen waarom James een vaasvorm heeft?
[E] James is meer een sculptuur dan een object als een vaas.
Gedurende het ontwerpstadium heb ik nooit gedacht ”ik ga een vaas
maken en die noem ik James“.
Een werkstuk ontwikkelt zich gedurende een bepaalde periode en is
dan ook onderhevig aan bepaalde invloeden. Mijn doel was niet persé
om iets functioneels te maken. Maar terugkijkend geloof ik dat
functionaliteit er gedurende mijn opleiding is ingehamerd en
daardoor heeft het mijn onderbewustzijn en mijn ontwerpen beïnvloed
Mijn prioriteit is de expressie van de idee. Het feit dat het
bruikbaar is, is niet belangrijk voor mij.
Het heeft me ongeveer 3 maanden gekost om James te maken.
Gedeeltelijk door de maat en gedeeltelijk omdat ik nog nooit een
werkstuk met dit streven heb gemaakt. Natuurlijk zou ik zo’n
werkstuk nu sneller kunnen maken door de ontwikkeling van mijn
ambachtelijke vaardigheden en mijn groter begrip voor de manier
waarop je het metaal kan bewerken. Zoals men zegt: “Oefening baart
kunst” |
| |
|
[W] Heb je, omdat je zo
nauw samen hebt gewerkt met je docent zilversmeden in Nederland, ook
een beeld gekregen van de overeenkomsten en verschillen in werkwijze
van deze mensen?
[E] Ja natuurlijk. Beide zilversmeden zijn heel verschillend
“Hoe kan het ook anders”
Het zijn heel verschillende mensen met heel andere
verantwoordelijkheden in hun leven. Ze zijn als kunstenaar heel erg
op zichzelf.
Beide werken vanuit een geweldige inspiratie en hebben een
onderzoekende natuur gemeen in hun werk en in hun streven naar wat
ze kunnen en willen bereiken. |
 |
| |
|
Ik heb veel
geleerd en gezien bij beide. Ik kreeg inzicht in hun verschillen in
ideeën en de manier waarop ze die ideeën onderzochten.
Jan van Nouhuys is een ongelofelijk snelle werker. Het lijkt erop of
als hij een idee heeft, niets hem tegen kan houden. Hij werkt zo
snel als ik ooit ook hoop te kunnen werken – hij lijkt rechtstreeks
te schetsen in zilver. Het lukt hem om in gedachten rekening te
houden met zijn gereedschap en uitrusting bij het ontwerpen. Op deze
manier is zijn werkproces, inclusief het inspelen op de te verwachte
problemen, vaak al doordacht voordat hij de zilverplaat ook maar in
handen heeft gehad.
Als er zich toch problemen voordoen en dat geldt ook voor Paul, dan
maken zij nieuwe gereedschappen of passen deze aan. Als kunstenaar
in metaal kun je niet altijd voorspellen wat het materiaal in de
diverse omstandigheden gaat doen. Een werkstuk groeit en verandert
en we moeten buigen, veranderen en kneden zoals het werkstuk dat
vereist.
Paul de Vries is een heel ambitieuze zilversmid. Zijn werk heeft
veel energie en speelsheid.
Nu ik terug ben in Engeland mis hen beide op een andere manier –
Paul door zijn energierijk enthousiasme en zijn leiding. Wij waren
vriendschappelijke kameraden in het atelier en we hadden erg veel
lol (we vormde een goed zangduo).
Jan herinner ik mij door zijn kalme manier van denken en lesgeven
met veel inzicht (natuurlijk mis ik ook de vlierbessendrank – een
levensredder in de hete maanden).
Zowel Paul als Jan voerden ook restauraties uit aan werkstukken van
klanten toen ik daar was.
Dat is ook niet iets wat veel voorkomt in Engeland en het was heel
interessant om dat te zien
Over het algemeen ziet Elizabeth nog steeds een verschil met het
Engelse zilver. Ze vindt het Nederlandse zilver veel meer gepolijst
dan het Engelse.
Ze heeft een geweldig jaar gehad en omdat ze op het plattelande is
opgegroeid, had ze ook geen problemen met het wonen in een dorp.
Ze had hier de mogelijkheid om grotere objecten te maken dan dat ze
thuis deed en vooral om een visie te ontwikkelen over wat ze nog
meer wil bereiken nu en in de toekomst. Op het ogenblik werkt
Elizabeth voor een aantal zilversmeden in Engeland o.a. Hiroshi
Suzuki, William Lee and Richard Fox. Ze is ook geaccepteerd bij AA2A
waarbij kunstenaars toegang krijgen tot de ateliers in het
universiteitsgebouw.
Elizabeth heeft haar bachelors gehaald aan de London Metropolitan
waar ze nu ook nieuw werk maakt. |
| |
|